Pesten, wat te doen?

Is er sprake van pesten?

Baken de grenzen af: keur het gedrag af, niet de persoon. Zeg duidelijk “Dit doe of zeg je niet. Punt.”

Ga vervolgens in gesprek met de gepeste:

  • “Wat is er juist gebeurd? Wanneer is het begonnen? Hoe vaak komt het voor?”
  • “Hoe is dat voor jou? Hoe kan je het volhouden? Wat geeft je steun?”
  • “Aan wie vertelde je het al? Wat is er al gebeurd?”
  • “Wat is voor jou belangrijk? Wat moet veranderen? Hoe wil je dat het wordt?”
  • “Wat is daar voor nodig? Wat kan je daarbij helpen? Wie kan jou daarbij helpen? Wat is voor jou een stap(je) vooruit?”

Maak samen met het kind/de jongere afspraken over de volgende (kleine) stappen. Informeer altijd het kind/de jongere wanneer je iets doet. Doe niets waarvan het kind/de jongere niet op de hoogte is.

Hulp zoeken, in therapie gaan of een programma volgen dat werkt aan zelfvertrouwen, kunnen helpen om de schade van het pesten te herstellen. Het echte pesten stop je op deze manier niet. Integendeel. Het pesten dient aangepakt te worden waar het zich voordoet, namelijk in en met de groep.

Aan de slag met de groep

Er zijn 2 soorten van aanpak : de niet-confronterende en de confronterende aanpak

Niet-confronterende aanpak: aan de slag met heel de groep

In de niet-confronterende aanpak spreek je iedereen aan, mits goedkeuring van het slachtoffer: “Wat zullen we doen om het pesten te stoppen?”, “Hoe zorgen we ervoor dat het slachtoffer terug een positief gevoel heeft?”. Het slachtoffer maakt geen deel uit van dit gesprek.

  • Op individueel niveau kan je een niet-confronterend gesprek aangaan. Gebruik hiervoor de vragen die hierboven vermeld staan.
  • Op groepsniveau is er bijvoorbeeld de No Blame-methode. Aan de hand van een 7-stappenplan betrek je de hele groep om het pesten mee op te lossen:

No Blame-methode

Stap 1: een gesprek met het slachtoffer.
Je luistert hierbij vooral naar het verhaal van het slachtoffer. Het is niet van belang wie wat heeft gedaan, maar wel hoe het slachtoffer zich voelt, hoe het ermee omgaat en welke stappen de gepeste reeds heeft ondernomen. Het is van belang dat je toestemming vraagt om een No Blame groepje samen te stellen. Je bepaalt samen met het slachtoffer wie er in het groepje zit en bespreekt ook wat je aan het groepje gaat vertellen.

Stap 2: organiseer een eerste bijeenkomst.
Je spreekt de groep aan en vraagt of ze samen met jou een probleem willen oplossen. Benadruk hierbij dat je hun hulp nodig hebt om dat probleem op te lossen. Je vertelt niet over wie het gaat en je zorgt ervoor dat er niet te veel tijd zit tussen de vraag en het gesprek zelf.

Stap 3: leg het probleem uit.
Bedank de groepsleden om te komen. Je koppelt terug naar de groep dat je bezorgd bent. Benoem wat je ziet/hoort/weet. Bespreek wat dit met je doet. Sta vooral stil bij jouw gevoelens en de gevoelens van de gepeste en niet te veel bij wat er is gebeurd. Zo doe je beroep op het inlevingsvermogen van de groepsleden. Over feiten kan je discussiëren, gevoelens zijn er.

Stap 4: deel de verantwoordelijkheid.
– Je vraagt naar de reacties van de groep: “Wat doet dit met jou?”
– Je geeft aan dat:

•  het niet de bedoeling is om iemand te straffen of zelf in de problemen te werken.
•  de groep is samengeroepen om te helpen om het probleem op te lossen.
•  er een gedeelde verantwoordelijkheid is om de gepeste te helpen zich terug gelukkig te laten voelen in de groep.

– Je vertelt de groepsleden dat je op hen rekent en hen vertrouwt als groep. Op die manier wordt de macht verschoven van de pester(s) naar de groep als geheel.

Stap 5: vraag naar ideeën van elk groepslid.
Ieder denkt na en formuleert een voorstel. Het hoeven geen grootse dingen te zijn, alle kleine beetjes helpen. Bijvoorbeeld “Ik zal vragen of ze wil meespelen” of “Ik zal altijd goeiendag en slaapwel zeggen”.

Stimuleer de groepsleden om hun voorstel te formuleren in de ik-vorm: “Ik zal …”

Stap 6: laat het aan de groep over.
Als de groepsleden hun voorstellen formuleerden, bedank je hen en herhaal je dat je de verantwoordelijkheid bij de groep legt en dat je hen daarin vertrouwt. Je maakt geen schriftelijk verslag van de voorstellen, er staat geen stok achter de deur, maar je hoopt op een positieve evolutie. Je vertelt de groep wel dat je na een week opnieuw een gesprek zal hebben met de gepeste en met elk van hen afzonderlijk om te horen hoe het loopt. Het slachtoffer of de groepsleden mogen in tussentijd steeds contact met je opnemen maar zelf neem je geen initiatief.

Stap 7: een gesprek met elk afzonderlijk.
Na 1-2 dagen / 1-2 weken afhankelijk van jullie werking spreek je nogmaals met de groepsleden en de gepeste. Vraag de verschillende groepsleden in hoeverre zij hun voorstellen uitvoerden en hoe zij zich daarbij voelen. Eventueel motiveer je hen om een nieuw voorstel te bedenken. Door afzonderlijk met de groepsleden te spreken, kunnen zij zich niet achter elkaar verstoppen. Het speelt geen rol of iedereen zijn voornemen heeft uitgevoerd, zolang de pesterijen maar gestopt zijn.

Confronterende aanpak: aan de slag met de (mee)pesters

In de confronterende aanpak spreek je met degene die pest of meepest. Je keurt het gedrag af, niet de persoon. En je zegt duidelijk: “Dit zeg of doe je niet. Punt.”

 

  • Op individueel niveau kan je een één-op-ééngesprek aangaan met wie pest of meepest.

Eén-op-ééngesprek

Laten we als voorbeeld nemen dat degene met wie je het gesprek aangaat, Max is.

Je spreekt af met de gepeste: “Mag ik met Max spreken om aan te geven dat ik wil dat zijn gedrag stopt? Wat mag ik vertellen? We spreken af dat ik Max … vertel en koppel het gesprek naar jou terug.”

Dan volgt er een gesprek met Max.
– “Ik zie/verneem dat … is gebeurd.” (maak het zo concreet en feitelijk mogelijk zonder interpretaties)
– “Ik voel me …” (benoem je gevoel: boos, blij, bang, verdrietig)
– “Ik begrijp dat je dit misschien niet kwetsend bedoeld hebt of niet ten volle beseft dat dit gedrag echt niet oké is.” (interpretatie)
– “Ik zou graag willen dat het stopt. Wat kan jij hiervoor doen?”
– “Ik zal dit samen met jou opnemen en regelmatig bespreken.”

  • Indien je ervoor zou kiezen om een herstelgesprek te houden waarbij pester en gepeste samenzitten, zorg er dan voor dat de gepeste dit echt ziet zitten. Dat geldt ook voor de pester die fouten kan erkennen en aangeeft het terug goed te willen maken.

Herstelgesprek

“We zitten hier vandaag samen omdat – benoem waar het om gaat – gebeurd is.”

“De bedoeling van het gesprek is om de schade en de verstoorde relatie tussen jullie te herstellen.”

Stel aan ieder om de beurt de volgende vragen:
– “Wat is er gebeurd?”
– “Hoe voel je je daarbij?”
– “Wat had jij anders kunnen doen?”
– “Wat verwacht jij van … ?”
– “Hoe kan het weer goed gemaakt worden? Wat ga jij doen?”

Je mag de vragen herhalen en verplaatsen, maar ze moeten allemaal aan bod komen en beantwoord worden.

  • Als je ervoor kiest om met de hele groep te spreken, kan je het gesprek voeren aan de hand van een herstelcirkel of een HERGO. Dit is een groepsoverleg waarin de hele groep betrokken wordt. Samen ga je op zoek naar hoe de schade en de verstoorde relatie hersteld kan worden. Dit kan enkel indien zij die schade en/of leed veroorzaakten, erkennen dat ze in de fout gingen. Je kan hierbij steunfiguren betrekken om zo je draagvlak te verbreden en de slaagkans te verhogen. Een moderator bereidt het overleg voor en leidt de gesprekken in goede banen.

Herstelcirkel

De moderator organiseert voorbereidende, individuele gesprekken te beginnen met het slachtoffer wiens toestemming nodig is om verdere gesprekken te organiseren.

Tijdens de voorbereidende gesprekken geven de groepsleden (en hun steunfiguren) hun ervaringen en aandeel in het incident aan. Ze uiten hun gedachten en gevoelens bij de geleden schade en verstoorde relatie en zoeken al naar mogelijkheden om de schade en relatie te herstellen. Als aan alle voorwaarden voor een groepsoverleg voldaan zijn, legt de moderator de bedoeling en het verloop van de samenkomst uit.

Bij de start van het overleg herhaalt de moderator de bedoeling en het verloop van de samenkomst. Je geeft ook richtlijnen mee:
– Je krijgt het woord
– Probeer kort en kernachtig te antwoorden
– Je geeft geen reactie op wat je hoort

Tijdens het overleg komt elk groepslid (en steunfiguur) aan bod om hun ervaringen en aandeel te delen. Samen uiten zij gedachten en gevoelens hoe (de) andere(n) en de groep geraakt zijn. Om vervolgens te zoeken naar een plan om de geleden schade en de verstoorde relatie te herstellen: ze maken afspraken en schrijven die op.

Je koppelt de gemaakte afspraken op regelmatige basis terug naar de groep door ze te bespreken. Vraag de verschillende groepsleden in hoeverre zij hun voorstellen/afspraken uitvoerden en hoe zij zich daarbij voelen. Eventueel motiveer je hen om een nieuw voorstel te bedenken. (Door ook eens afzonderlijk met de groepsleden te spreken, kunnen zij zich niet achter elkaar verstoppen.) Het speelt geen rol of iedereen zijn voornemen heeft uitgevoerd, zolang de pesterijen maar gestopt zijn.